Hitte Water Honger Dood

WHAT COMES – Heat Water Hunger Death (English Summary Below)

Wat staat te gebeuren als er geen maatregelen worden genomen om de opwarming van de aarde en de hieraan gelieerde rampen te beteugelen? Niemand heeft een glazen bol om mee in de toekomst te kijken, maar wetenschappers zijn het grotendeels eens over de zekere trends en tendensen die staan te gebeuren, als ze niet al aan de gang zijn.

Hitte

Hoesong Lee, bestuursvoorzitter van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), vatte de laatste bevindingen van de wereldwijde klimaatwetenschap kort en bondig samen tijdens een lezing in Groningen, begin 2021:

Elke halve graad opwarming telt;
Elk jaar telt;
Elke keuze telt.

Het klimaatakkoord van Parijs (2015) had als ambitie om de totale opwarming tussen de 1,5 en 2 graden te houden. Het IPCC constateert dat we inmiddels op de 1 graad zitten en dat die 0,5 graad er in de komende jaren makkelijk bijkomt. ‘Wat stelt een half graadje nu voor?’ vraagt Hoesong Lee grappend. ‘Tijdwinst en levens,’ antwoordt hij meteen serieus. ‘We kunnen ons beter voorbereiden op grootschalige aanpassingen aan de nieuwe klimaatrealiteit als we nu de schade beperken in plaats van vergroten.’

Evengoed is de opwarming niet te stoppen, ook niet als de gehele wereldeconomie als door een wonder ineens ‘net zero’ broeikasgassen en gifstoffen zou uitstoten. Hittegolven, bosbranden en ernstige droogte zullen vaker voorkomen en ook heviger worden, voorspelt NASA, het Amerikaanse ruimtevaartagentschap.


In Nederland zijn de gemiddelde temperaturen met ruim 2 graden toegenomen, meer dan in andere delen van Europa, concludeert het KNMI. Vooral de grote ‘versteende’ steden (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam) hebben te lijden onder toegenomen hittestress tijdens langdurig aanhoudend tropisch zomerweer. Hitte is daarom één van de centrale thema’s binnen de KNMI klimaatstudies.

In het hart van Amsterdam Oud-West, waar ik woon, was het tijdens de laatste zomers inderdaad niet te harden. Al moet gezegd: wat wen je toch snel aan extremiteiten. Tijdens de hittegolf waar het voor het eerst warmer werd dan 33 graden sleepte ik mezelf naar het museum voor een dagje airconditioning met gratis kunst. Tijdens de volgende hittegolf, een jaar later, was het in mijn huis wekenlang 40 graden (een keer zelfs 43) en kon ik het redelijk verdragen, al verschanste ik me op mijn minibalkon, mezelf gelukkig prijzend met een buitenruimte die veel buurtgenoten driehoog-achter helaas niet gegeven is.

Voor de komende tropische hittegolf (‘de weken die je weet dat gaat komen’) ben ik inmiddels voorbereid. Ik heb koelmatten gekocht voor mijn katten, ik heb stof gekocht om extra zonwering te naaien voor de erker op het zuidwesten en ik heb, geheel tegen mijn principes in (want niet duurzaam), alvast een elektrisch luchtkoelertje gekocht voor als ik wéér broeierige nachten urenlang wakker lig. Ook werk ik aan een linnen ‘manteau de lit’, een soort kimono/kamerjas uit één stuk stof die in de 18de eeuw heel populair was in Nederland. De ‘manteau de lit’ ben ik van voornemens wekenlang te dragen in de tropische hitte. In zo’n zonwerend gewaad ga ik eruitzien als een stedelijke woestijnnomade, een ‘Touareg d’Amsterdam’. (Of als een gek oud vrouwtje, wat waarschijnlijker is.)


Tekening van een ‘manteau de lit’ uit de 18de eeuw, ook wel ‘Japonse rok’ genaamd. Gedragen door mannen en door vrouwen. Beeld: publiek domein.

Ik vind hitte vervelender dan vrieskou of snijdende wind. Toch is klagen ongepast. Er zijn delen van de wereld, rondom de evenaar en in tropische gebieden, waar de metropolen véél groter en véél versteender zijn, en waar het vele malen heter gaat worden. Het wetenschappelijk tijdschrift Nature meldde recent dat als de opwarming niet wordt beperkt, deze gebieden nog deze eeuw ongeschikt worden voor menselijk leven.


Melkmeisje in een ‘manteau de lit’, zeventiende eeuw. Beeld: publiek domein.

Water

Bijna elke Nederlander weet dat door klimaatopwarming de zeespiegel stijgt. Dit komt doordat a. Een groot deel van Nederland onder de zeespiegel (NAP) ligt en we deze kennis met de paplepel krijgen ingegoten; en b. De ijskappen, gletsjers en de permafrost elders ter wereld aan het smelten zijn. De laatste verwachting is dat aan het einde van de eeuw het Noordzeewater 80 cm tot 1 m hoger zal staan dan nu (de ontwikkelingen gaan zo snel dat dit een onderschatting kan zijn).

Wat is een luttele meter, denkt de Nederlander die is gewend aan NAP, duinen, dijken en zeeweringen. Een meter lijkt niet zo veel. Echter, opgeteld bij de bakken extra water die uit de lucht zullen hozen, tevens met dank aan klimaatverandering, plus het veel onstuimigere weer plus het vaker voorkomen van superstormen plus een voortdurende bodemverzakking van verstedelijkt gebied, dan is een meter niet iets om je schouders over op te halen. Vooral bodemdaling in deltagebieden wordt door wetenschappers gezien als een soort ‘sluipmoordenaar’. Door bodemdaling staat het water in Gouda al bijna tot aan (en gaat soms al over) de voordeurdrempel

Eigenlijk woont iedereen in het Noord-Westen van Nederland, inclusief bijna de hele Randstand en rondom de grote rivieren, in toekomstig overstromingsgebied.

Onder deze omstandigheden is Nederland beperkt houdbaar, schreef weerman en klimaatwetenschapper Peter Kuipers Munneke in 2018 in NRC Handelsblad. ‘Voor wie gaan we de dijken nog ophogen en verstevigen?’ vroeg hij zich filosoferend af, ‘voor de komende drie of de komende tien generaties?’


Parasol van moirézijde, begin twintigste eeuw. Deze zijde wordt gemaakt door waterschade toe te brengen aan de stof en deze dan te rollen tussen een verhitte wals. Beeld: Centraal Museum.

Mijn eigen straat ligt een halve tot een meter onder NAP. Ik woon in een typisch Amsterdams ‘arbeiderspaleis’ van meer dan honderd jaar oud. Eerdere bewoners in mijn huis hebben de Grote Depressie en de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. In de jaren tachtig, tijdens de toenmalige woningnood hier, woonde tien mensen bestaande uit twee gezinnen op mijn 52 vierkante meters. Zal ik dan hier de Ergst Denkbare Overstroming, die mogelijk ergens in de komende decennia gaat plaatsvinden, meemaken?

Tegen die tijd zullen heel wat paradijselijke archipels in de Pacifische oceaan al in de golven zijn verdwenen.

Honger

Toenemende warmte, droogte en tropische hitte brengen ook de Nederlandse aardappeloogsten in gevaar. In 2050, zo berekende Wageningen UR op basis van de klimaatscenario’s van het KNMI (uit 2014), is er gedegen kans op minder opbrengst. De wereldwijde voedselproductie loopt door klimaatverandering groter gevaar, aldus een overzicht van wetenschappelijk onderzoek in de New York Times.

Tja. Mijn hele leven ben ik, ne als de meeste andere Nederlanders, niet anders gewend dan volle schappen in de supermarkt. Toen ik een paar jaar in Zuid-Afrika woonde was ik verbaasd dat daar nog ‘seizoenen’ waren, ondanks het milde Mediterrane weer: een paar maanden flespompoen in het schap, een paar maanden niet. Ik vond dat prettig, maar meer om me op iets te kunnen verheugen. Terug in Nederland was altijd weer alles te koop, je kunt trek hebben in maakt niet uit wat, één tripje naar het winkelcentrum zal de wens vervullen.

Honger heb ik bij tijd en wijle geleden als kind, bijvoorbeeld toen ik in het ziekenhuis lag met een ernstige infectie en ik bijna niets mocht eten. Verbod op eten ken ik dus, gebrek aan eten ken ik niet.

Van alle afschrikwekkende toekomstscenario’s van klimaatverandering vind ik honger de engste. Ik zal heus met minder toe kunnen, vlees en vis eet ik al jaren niet, en ik zal ook wel kunnen omgaan met minder luxe. Maar een bestaan zonder sinaasappels? Een maaltijd zonder verse salade? Geen amandelen? Geen thee? Kaas op rantsoen? Het is niet voor te stellen.


Wie snijdt het vlees en wie snijdt het brood? Vrouwen sneden meestal de boterhammen van het brood, van voor naar achteren. Beeld: Nederlands Openluchtmuseum.

En hoe zullen hongerige medemensen zich gedragen? Gaan ze hamsteren, stelen of juist delen? In Zuid-Afrika viel het me op dat de armste mensen in de townships hun eten met elkaar deelden. Wie kon at mee van een kip die de buurvrouw had klaargemaakt. Een pot pindakaas stond tijdens de theevisite op tafel, met schone messen en een zak boterhammen ernaast.

Ik geloof dat de meeste mensen aardig en sociaal zijn. Ik geloof ook dat als de nood aan de man komt, in Nederland zeker oplossingen worden gezocht en gevonden voor grote voedseltekorten, zelfs als de helft van het grondgebied onder water staat. Nederland heeft eenvoudigweg te veel boeren (en trekkers, en veestapels) om de bevolking naar bed te laten gaan op een lege maag. Ik denk dus niet dat ik van de honger zal doodgaan. Maar het boezemt me angst in dat mensen die nooit enig gebrek hebben geleden (en dat zijn heel veel Nederlanders) minder soepeltjes zullen kunnen omgaan met voedselschaarste. En dat er miljoenen mensen elders zullen zijn die wél doodgaan van de honger, en des te meer omdat het rijke westen beslag legt op beschikbare voorraden, net als het geval is met covid-19-vaccins.

Dood

De mens zal niet als eerste sterven en zal als soort misschien niet eens uitsterven, in het ondenkbare scenario van een totale klimaatcatastrofe. Ook zal het leven niet uitsterven. De evolutie is door meerdere ‘uitstervingen’ gegaan in het onvoorstelbaar lange lange bestaan van de aarde en het leven op de planeet lijkt praktisch onverwoestbaar. Het bloeit telkens weer op. Al vindt er een grote stoelendans plaats van ‘winnende en verliezende’ soorten.

Het verschil met nu is: elke voorgaande uitsterving was een schitterend ongeluk, veroorzaakt door een natuurkundig of geologisch fenomeen. Geen levende soort is in het verleden zo dom geweest – in zoverre wij dat kunnen weten op basis van beschikbaar wetenschappelijk bewijs – om een grootschalige uitsterving willens en wetens te veroorzaken. Wij, de mens, wij zijn het verwoestende fenomeen deze keer. En dat weten we: we zijn in de meest letterlijk betekenis van het woord ’schuldig’ aan een ramp waar de covid-19-pandemie bij in het niet valt. Zoals sterrenkundige en kunstenaar Janna Levin eens zei, toen haar werd gevraagd hoe het is om dagelijks de ‘overweldigende eeuwigheid’ te bestuderen: ‘Ach, alles gaat voorbij en klaarblijkelijk is de mens op aarde gekomen om deze met plastic te vergiftigen.’


Schootjak voor de rouw, Friesland, eind 18de eeuw. Beeld: Nederlands Openluchtmuseum.

Laatst zag ik een interview met een vrouw in een afgelegen Schots dorp. Zij heeft haar eigen doodskist in de logeerkamer staan, een stevige kartonnen doos die ze helemaal heeft gedecoreerd en bekleed met mooie stoffen. Ze weet waar haar lichaam heengaat na haar overlijden. In hetzelfde programma kwam een Schotse man aan het woord, ook inwoner van een afgelegen gebied, die een grafheuvel in zijn voortuin vond met daarin de beenderen van wel tweeduizend voorouders uit het neolithische tijdperk. Ook hij heeft bepaald wat er na zijn dood met zijn lichaam moet gebeuren. Niet in de grafheuvel, dat is verboden. Hij wil een zeemansgraf, zodat de vissen zijn stoffelijk overschot kunnen opeten.

Vorige week kreeg ik toevallig een brief van mijn uitvaartverzekeraar (ik ben nog steeds wat je noemt ‘jong’ al ben ik de helft gepasseerd, en min of meer kerngezond) waarin mij werd gevraagd of ik wel eens had overwogen om te worden ‘geresomeerd’ na mijn dood. Dan wordt mijn (of is het dan ‘het’?) lichaam opgelost in een zuurbad en dat is beter voor het milieu.

Ik had me eigenlijk nooit een voorstelling gemaakt van dood-zijn en nog steeds een lichamelijke gestalte te zijn. Gedachten over de dood waren meer abstract, zoals: ik wil dat mijn lijk of mijn as wordt begraven bij een boom, zodat mijn atomen weer deel worden van de stroom des levens. (Deel van de schepping blijven de elementaire deeltjes die nu mijn persoon vormen toch wel.) De komende tijd wil ik, net als die twee Schotten, eens goed nadenken over wat er van mijn lichaam moet worden na mijn dood.

Wanneer de klimaatcatastrofe komt, aan het einde van deze eeuw, bestaat mijn lichaam niet meer.


De vier ruiters van de Apocalyps rijden uit naar alle windstreken. Beeld: Prentbijbel Mortier (1700), Phillip Medhurst Collectie.

 

***
ENGLISH SUMMARY

Heat Water Hunger Death

What will happen if not enough measures (or, as at present, none) are taken to curb global warming and related disasters? No one has a crystal ball to look into the future, but scientists largely agree on certain trends and tendencies that are about to happen, if not already underway.

Heat
The Paris Climate Agreement (2015) had the ambition to keep total warming between 1.5 and 2 Celcius average degrees. The IPCC has recently established that we are now at 1 degree and that the 0.5 degree will easily be added in the coming years. ‘Half a degree, why bother?’ asks IPCC-director Hoesong Lee jokingly. ‘Because if we could prevent this small half a degree, we can save time and lives,’ he immediately answers seriously. ‘We can better prepare for large-scale adaptations to the new climate reality if we limit the damage now, instead of increase it.’ Nevertheless, global warming cannot be stopped, even if the entire world economy were miraculously to suddenly emit net zero greenhouse gases and toxins.  In the Netherlands, average temperatures have increased by more than 2 degrees, more than in other parts of Europe. Especially large ‘concretised’ cities (Amsterdam, The Hague, Rotterdam) suffer from increased heat stress during prolonged tropical summer weather.

Water
Really, all 7 million people in the north-west of the Netherlands, including the major cities and around the main rivers, live in a future flood zone.

Hunger
Increasing drought and tropical heat are endangering Dutch potato crops. In 2050, Wageningen University calculated on basis of Dutch climate research (2014), there is a serious chance of lower yields. Global food production is at great risk from climate change, according to a review of scientific research in the New York Times.

Death
Humans will not die first and may not even become extinct as a species, in the unthinkable scenario of a total climate catastrophe. Nor will life vanish. Evolution has gone through multiple extinctions in Earth’s unimaginably long existence, and life on the planet appears to be virtually indestructible. It blossoms over and over again, although there is a big cycle of ‘winning and losing’ species. But every previous extinction was an accident, caused by a natural or geological phenomenon. No living species has been so foolish in the past – as far as we can know from available scientific evidence – to knowingly cause a large-scale extinction. We, humans, we are the accident this time.