Mens of machine

Elektriciteit is net als water uit de kraan: een knop wordt omgezet en meteen is er stroom. Daarom lijkt het net of elektriciteit vrij en oneindig beschikbaar is. Wees eerlijk: denk jij eraan waar de stroom eigenlijk vandaan komt wanneer je de stekker van je naaimachine of computer inplugt? Je denkt waarschijnlijk niet eens aan de hoogte van je elektriciteitsrekening, net zo min als dat je aan je waterverbruik denkt wanneer je een pot thee zet – zelfs als je iemand bent die streng op het energielabel let wanneer je een nieuw apparaat aanschaft.

Het verschil met water is natuurlijk enorm groot. Elektriciteit komt niet vanzelf uit de lucht vallen zoals regen. Elektriciteit wordt eerst opgewekt in een energiecentrale. Voor dit opwekken moeten zogenaamde ‘energiedragers’ worden verbrand. Dat zijn de vervuilende fossiele brandstoffen aardgas, aardolie, steenkool of hout (biomassa).

In Nederland wordt ongeveer 90 procent van alle stroom opgewekt met fossiele brandstoffen. Het aandeel van hernieuwbare energiedragers, zoals wind, water en zon, is in 2019 bijna verwaarloosbaar (bron: Centraal Bureau voor de Statistiek). Een klein deel van de elektriciteit komt uit afvalverbranding (ook vervuilend) en kerncentrales. Ook importeert Nederland elektriciteit uit het buitenland, waar het wordt opgewekt met fossiele brandstoffen.

De gehele energie-industrie – van de ruwe olie- en gaswinning, raffinaderijen en het transport tot grootschalig verbruik in andere industrieën, de vervoerssector en particuliere huishoudens – is volgens Britse waakhond The Eco Experts de grootste vervuiler ter wereld. Wereldwijde brandstof- en elektriciteitsconsumptie is dus de grootste veroorzaker van het opwarmen van de aarde, het smelten van de poolkappen, het stijgen en verzuren van het zeewater en de grootschalige uitsterving van soorten.

Nou verbruikt een naaimachine na haar productie in de fabriek niet heel veel elektriciteit, gemiddeld zo’n 1-5 kilowatt per huishouden per jaar afhankelijk van het gebruik. Naaien met de hand kost vanzelfsprekend hoegenaamd geen elektriciteit, behalve als je een lamp gebruikt om je werk bij te lichten en een podcast opzet om naar te luisteren terwijl je naait. Maar kleding die je koopt in de winkel heeft een enorme hoeveelheid aan elektriciteit gekost. Denk aan alle beeldschermen die zijn gebruikt voor ontwerp, alle kantoorruimtes die zijn verlicht en verwarmd/gekoeld, alle kledingfabrieken met lopende banden, alle beeldschermen en abri’s voor advertenties, winkels en etalages voor retail, opslagruimtes voor webwinkels…. Het is bijna onvoorstelbaar en duizelingwekkend hoeveel elektriciteit er nodig was voor een zomerjurkje van H&M, vergeleken met de relatief weinige energie die nodig is voor een zomerjurkje dat je zelf maakt op je eigen naaimachine of nog fijner: met de hand. Wezenlijk komt zelf je kleding maken, het liefst op de hand, neer op het overslaan van een complete, wereldomvattende en extreem vervuilende productiestroom.

De energiewinst van naaien met de hand

Naaien met naald en draad is één van de oudste technologieën uit de geschiedenis. Onze soort, de Homo sapiens, heeft de technologie geeneens uitgevonden. De oudste naald die door archeologen uit een grot werd opgediept is ongeveer 50.000 jaar oud en was in gebruik bij de uitgestorven menssoort Homo denisova. De naald is gemaakt van vogelbeen (welke soort is onbekend), heeft een aangebracht oog voor de draad en zou qua stevigheid nog steeds kunnen worden gebruikt.


Oudste naald ter wereld, ongeveer 50.000 jaar oud. Beeld © Vesti.

Naaien met de hand is goedkoop, het vereist alleen naalden, garen, een schaar en een vingerhoed. En dus geen elektriciteit (behalve dan de elektriciteit die nodig is om naalden, garen, schaar, et cetera, te maken in de fabriek – maar een naald gaat erg lang mee en wie een speldenkussen maakt van staalwol houdt de punten scherp).


Een speldenkussen gemaakt van staalwol (pannenspons) en touw houdt de punten scherp.

Naaien met de hand maakt de kwaliteit van een kledingstuk per direct beter. Handen werken preciezer dan een machine en de maakster ziet ook beter hoe de constructie van het kledingstuk verloopt. Het tempo en de snelheid wordt door de maakster als vanzelf bepaald. Correcties zijn makkelijker gemaakt. Het naaiwerk is vaak steviger. En wie een beetje ervaren is, produceert ook mooiere naden dan de naaimachine. Wie met de hand een kledingstuk maakt weet letterlijk tot op de draad hoe het kledingstuk in elkaar zit, wat herstelwerk en andere reparaties vergemakkelijkt. Naaien met de hand is overigens ook rustgevend en zorgt voor een geoefende oog-hand-coördinatie, dat goed is voor mentale vitaliteit en psychisch welbevinden. En wie in de traditionele kleermakerszit gaat zitten (wat tegenwoordig meditatiehouding heet) krijgt er gratis een dosis zen bij.

Bovendien brengt handwerk een kostbare bezieling met zich mee, wat kledingstukken vrij letterlijk ‘een hart en een ziel’ geeft. Als die kledingstukken dan ook nog eens decennia worden gedragen en liefdevol onderhouden, dan raken zij nauw verweven met het lichaam en de persoonlijkheid van de draagster, al was het alleen maar omdat het textiel doordrenkt raakt van dna. Iedereen die uit de nalatenschap van een dierbare een (ongewassen) kledingstuk krijgt, weet hoe de overledene daarin toch in zekere zin voortleeft en aanwezig blijft.

Naaimachines zijn aan het begin van de industriële revolutie uitgevonden om het naaiproces te versnellen, zodat meer kledingstukken kunnen worden gemaakt in minder tijd. Dit geldt met name voor lockmachines, die in wezen in één keer een Engelse of Franse naad zomen (een Engelse of Franse naad vergt twee en vaak drie keer heen en weer naaien langs de zoom, zodat er bij het wassen geen rafels ontstaan; een lockmachine hecht de zoom af met een hechte zigzagsteek). De computergestuurde naaimachines van nu hebben bovendien een groot aantal verschillende naaisteken ter beschikking voor elk denkbare stof en taak (de meeste zijn echter niet essentieel voor het vervaardigen van kleding).

‘Snel’ en ‘meer’ is niet nodig voor wie maar een beperkt aantal kledingstukken draagt. Het is dan beter om een kledingstuk op de hand te maken. Al is de machine natuurlijk altijd handig voor erbij, bijvoorbeeld voor heel lange naden of als er heel veel naden nodig zijn, bijvoorbeeld voor het aan elkaar zetten van lapjes. Sommige naden, bijvoorbeeld in rijgkorsetten, en sommige materialen, zoals (kunst)leer en plastics, vereisen veel spierkracht en ook in dat geval kan de naaimachine uitkomst bieden. Hoe minder de naaimachine wordt gebruikt, hoe minder elektriciteit er nodig is. Een antieke niet-elektrische naaimachine is ook een optie maar het nadeel is dat die machine op een of andere manier door het lichaam moeten worden aangedreven, wat problemen kan veroorzaken met het goed vasthouden van het werk of het comfortabel zitten. Ook zijn noodzakelijke onderdelen vaak niet meer verkrijgbaar.


De kleermakerswerkplaats, Quiringh Gerritsz. van Brekelenkam, 1661 (Rijksmuseum, Amsterdam).

***
ENGLISH SUMMARY

Hand or machine

The total energy industry – from crude oil and gas extraction, refineries and transportation to large-scale consumption in other industries, the transport sector and private households – is the world’s largest polluter, according to British watchdog The Eco Experts. Worldwide electricity consumption is therefore the main cause of global warming, the melting of the polar ice caps, the rise and acidification of the seawater and the large-scale extinction of species.

Clothing that you buy in the store has cost a tremendous amount of electricity. Think of all screens used for design, all office spaces that are lit and heated / cooled, all garment factories with conveyor belts, all screens and advertising screens, retail and display windows for retail stores, web store warehouses…. It is almost unimaginable and staggering how much electricity was needed for a summer dress from H&M, compared to the relatively little energy needed for a summer dress that you make on your own sewing machine or by hand.

Sewing by hand costs no electricity and also immediately improves the quality of a garment. Hands work more precisely than a machine and the maker also sees better how the construction of the garment proceeds. The tempo and speed are determined by the maker as a matter of course. Corrections can be made easier. The sewing is often firmer. And those who are a little experienced will also produce nicer seams than the sewing machine. Anyone who makes a garment by hand literally knows how it is assembled, which makes repair work and other adjustments easier. Sewing by hand is also soothing and provides training in eye-hand coordination, which is good for mental vitality and psychological well-being. And those who sit in the traditional cross-legged dressmakers’ position (what is now called a meditation pose) get a dose of zen for free.