Consumentenfundamentalisme

WHAT GOES – Consumerfundamentalism (English Summary Below)

Waarom schiet het nou maar niet op met de ‘klimaattransitie’? Waarom haalt geen rijk land de klimaatdoelstellingen van het Parijsakkoord? Waarom is de jaarlijkse CO2-uitstoot nog nooit afgenomen maar neemt die integendeel nog steeds toe naarmate de ‘deadlines’ – in dit geval letterlijk ‘doodlijnen’ – van 2030 en 2050 naderbij komen?

In rijke landen zitten de mensen elkaar in de haren omdat ze elkaars politieke overtuigingen verafschuwen: veganisten haten fascisten en vice versa, progressieve vooruitdenkers haten conservatieve behoudzuchtigen en vice versa, ‘MAGA’ haat ‘BLM’ en vice versa. En alle opponenten verwijten elkaar dat ze de wereld naar de knoppen helpen. Hún wereld dan, welteverstaan.

Als je het mij vraagt gaat het klimaat eraan omdat (bijna) iedereen in de rijke landen een fundamentalistische consument is, van welke pluimage dan ook, en (bijna) niemand dat wil, zal of kan erkennen. (Bijna) iedereen heeft het consumentisme omarmd als heersend principe voor levenskeuzes en levensgeluk. Ik schrijf ‘(bijna)’ omdat ik niet wil overkomen als een zwart-witdenker en omdat er vast wel mensen zijn die hun leven inrichten rond iets anders dan consumentisme, hoewel ik best benieuwd ben naar waar zulke mensen dan uithangen.

We leven in een fundamentalistische consumentencultuur. En dat is ons probleem, niet onze verschillen in politieke opvatting of religieuze overtuiging, niet ‘de polarisatie’. Sterker, het politieke gebekvecht en gewelles-nietes leidt alleen maar af van de kern van de zaak. En die is: niemand is bereid (écht bereid) om drastisch minder te consumeren of om er helemaal mee te stoppen, ook niet degenen die zeggen dat ze dat ze dat wél écht willen. Want er is toch altijd weer die heerlijke cappuccino, dat leuke Zarajurkje, die goedkope stedentrip, dat mooie bankstel, die betere scooter, die laatste iPhone, Black Friday, het traditionele sinterklaasfeest met een berg cadeautjes, dat onverwachte nieuwbouwhuis of die spannende havermelk met rabarbersmaak. Of een ‘special edition’ T-shirt voor het goede klimaatdoel: hoe hypocriet is dat?

‘Fundamentalisme’ is volgens het Van Dale woordenboek ‘een uiterst orthodoxe theologische richting’. Het Engelstalige Merriam Webster woordenboek koppelt fundamentalisme los van religie en definieert het als ‘a movement or attitude stressing strict and literal adherence to a set of basic principles.’

Consumentenfundamentalisme  is het orthodoxe geloof in het geluk en de gelukzaligheid die alleen te bereiken is met aangekochte producten en diensten, ook wel aangeduid met ‘maakbaarheid’. Hoe meer je kunt kopen en hoe meer jij je kunt ‘uitdrukken’ in wat je koopt, hoe gelukkiger je bent en hoe geslaagder je bent in de ogen van je omgeving. Consumeren – of je nu houdt van gehaktballen met jus of van geprakte avocado op desembrood, of je nu woont in een villa, rijtjeshuis of ‘tiny house’ – is zowel levensstrategie als levensdoel. Het is even lange- als korte termijn. Het totale leven, van studiekeuze tot ‘wooncarrière’ tot pensioenstelsel, is gericht op ‘zo goed en zo lang mogelijk consumeren’. ‘Vrijheid’ betekent ‘consumeren naar eigen wens en inzicht’, voor sommigen betekent ‘vrijheid’ zelfs ‘consumeren wat je wilt, ongeacht’. Vermogensbezit is een garantie voor langdurige consumptie over de generaties heen; het inkomen is een proeve van koopkracht. Mensen die niet kunnen consumeren zijn beklagenswaardige ’losers’ (‘labbekakken’ in het Nederlands), mensen die niet kunnen consumeren maar het toch doen zijn domme ‘schuldenaren’, mensen die ‘geen recht hebben op consumeren’ (omdat ze de pech hadden hun baan te verliezen) en zich daar niet bij neerleggen zijn onbetrouwbare ‘fraudeurs’.

De Amerikaanse klinisch-psycholoog Bruce Levine beargumenteert in een verhelderend artikel hoe wreed, disfunctioneel en onmenselijk de fundamentalistische consumentencultuur is, en dat het mensen eigenlijk belemmert in hun mens-zijn, de mens die (zoals onderzocht door historicus Rutger Bregman) inherent deugt, uitgezonderd een handjevol kwaadaardige narcisten en sociopaten.

De fundamentalistische consumentencultuur: (volgens Levine, geparafraseerd)
1 Schept steeds toenemende verwachtingen in materieel en virtueel bezit (zoals respectievelijk ‘koopwoning’ en ‘overwaarde’) en zorgt voor steeds toenemende vergaring die een ondraaglijke psychische druk oplegt en daarmee zorgt voor chronische onrust en onvrede;
2 Devalueert sociale verbondenheid omdat huishoudens worden gereduceerd tot aparte ‘koop-units’ die ieder apart de economie moeten stimuleren (met eigen koelkasten, auto’s, plasmatelevisies, partytenten, vakantiehuisjes, e-bikes, elk seizoen een nieuwe jas);
3 Socialiseert mensen als zelfzuchtige en egoïstische wezens omdat consumentisme is geworteld in de voortdurende bevrediging van individuele begeerte en verlangens, ‘omdat jíj́ het waard bent, méér waard dan iemand anders’;
4 Ontneemt mensen zelfredzaamheid omdat alles wat zij zelf zouden kunnen maken of waar zij zelf over na zouden kunnen denken hen uit handen wordt genomen door marktpartijen en commerciële bedrijven, van kant-en-klaarmaaltijden tot ‘swapfietsen’ met nooit lekke banden tot politieke stemwijzers;
5 Vervreemdt mensen van normale emotionele reacties omdat adverteerders, marketeers, (sociale) media en ook politici (propagandisten) hen aanpraten dat verveling, frustratie, angst en verdriet schaamtevolle emoties zijn die gauw moeten worden verholpen met product A en product B, C, D, Et cetera, of met een sterke leider die ervoor zorgt dat we allemaal rustig kunnen barbecuen;
6 Biedt valse hoop die teleurstelling en extra pijn oplevert, bijvoorbeeld de valse hoop dat met een vaccin het risico op een volgende Sars-Cov-epidemie verdwenen zou zijn.

Waar ik aan toevoeg: 7 Veroorzaakt een ernstige toename in vervuiling, verspilling en biosfeervernietiging en verkleint daarmee drastisch de levenskansen van komende generaties.

Levine concludeert: ‘The essence of fundamentalism is a rejection of both reason and experience. Fundamentalists are attached to dogma, and if their dogma fails, fundamentalists don’t give it up but instead resolve to deepen their faith and double down on their dogma. It is easy to recognize the destructiveness caused by another’s fundamentalism but difficult to acknowledge the damage caused by one’s own fundamentalism.’

Ik concludeer: we are all fundamentalist consumers, we denken allemaal dat ons leven valt vorm te geven en betekenisvol wordt via de producten en diensten die we kopen en met de keuzes die we maken qua aanbieder, winkel en producent. En als wetenschappelijke feiten ons vertellen dat we daarmee het leven de grootst mogelijke schade berokkenen, dan doen we dat af als ‘nep nieuws’, als ‘wel belangrijk maar geen prioriteit’ of we staan er maar liever helemaal niet bij stil, want wat niet weet dat niet deert. Als zodanig zijn wij bedreigender dan alle andere fundamentalisten bij elkaar. Zolang het consumentenfundamentalisme niet verdwijnt, zullen de klimaatproblemen zich blijven opstapelen. Daarnaast zullen penissen, teelballen en sperma blijven verschrompelen. Volgens recent wetenschappelijk onderzoek naar het verband tussen sterk afgenomen vruchtbaarheid en giftige stoffen in zowel consumentenproducten als het vervuilde milieu, krijgen mannen een steeds kleinere piemel en steeds minder zaad (vooralsnog heb ik niet kunnen fact-checken dat dit geen grap of ondeugdelijk onderzoek is). Sinds de jaren zestig veroorzaakt de uitstoot van brandstofmotoren ontelbaar veel doden, zieken en mismaakten, alleen al 8,8 miljoen doden in 2015. Covid-19 valt erbij in het niet. Volgens diepgravend onderzoek van The Guardian UK zijn alle oliemaatschappijen hier al sinds de jaren zestig van op de hoogte, maar het deert niet. We consumeren ons liever kapot. Liever spulletjes en speeltjes dan kinderen met gezonde luchtwegen.

Toch zal op zekere dag het consumentenfundamentalisme verdwenen zijn. Niets is immers voor eeuwig. Alles komt en gaat. De enige vraag is hoeveel levens dit dan gekost zal hebben – miljoenen, miljarden, (bijna) alles?

Vooralsnog heeft Nederland vandaag, 17 maart 2021, een nieuw parlement en daarmee een nieuwe regering gekozen bestaande uit partijen die geen heil zien in klimaatbeleid (of niet heus) omdat ze een snel herstel van de economie en de internationale luchtvaart belangrijker vinden. Een meerderheid van de Nederlanders haalt opgelucht adem omdat zij nu gewoon met het vliegtuig op zomervakantie mogen, om in Turkije, Griekenland of Ghana pizza en patat te eten, te kijken naar mensen die zij niet als buren willen en pikante bikini’s te kopen die zij bij terugkomst in Nederland meteen op Marktplaats of Vinted zetten omdat ze die nooit meer zullen aantrekken. Kiezers hebben gestemd als consument. Toevallig ook vandaag publiceerde het IEA (International Energy Agency) hun terugkerende rapport over de globale fossiele brandstoffenindustrie. Tenzij overheden strikte maatregelen invoeren én mensen hun consumptiegedrag veranderen, waarschuwt het IEA, zal het gebruik van olie en gas jaarlijks (en daarmee de opwarming van de aarde) fors blijven toenemen tot tenminste 2026. Die bikini zou nog wel eens goed van pas kunnen komen, als het hier in Nederland straks 38 graden is.

De economie moet dringend worden hervormd. Hier is alvast iemand die onderzoekt hoe we dat kunnen doen.

***
English Summary


CONSUMERFUNDAMENTALISM

Why isn’t the ‘energy transition’ up to speed? Why doesn’t any rich country achieve the climate goals of the Paris Agreement? Why have annual CO2 emissions never decreased but, on the contrary, are still increasing as the ‘deadlines’ – in this case literally ‘dead’lines – of 2030 and 2050 approach?

In rich countries, people hate each other for hating each other’s political beliefs: vegans hate fascists and vice versa, progressives hate conservatives and vice versa, “MAGA” hates “BLM” and vice versa. And all opponents blame each other for destroying the world. Their world then, that is.

If you ask me, the climate is going to pieces because (almost) everyone in rich countries is a fundamentalist consumer, regardless of their background. And (almost) no one wants, will or can recognize this. (Almost) everyone has embraced consumerism as the prevailing principle for life choices and happiness in life. I write ‘(almost)’ because I don’t want to come across as a black and white thinker and because there are probably people who organize their lives around something other than consumerism, although I am curious about where such people are.

We live in a fundamentalist consumer culture. And that is our problem, not our differences in political opinion or religious belief, not ‘the polarization’. In fact, the political quarrels and grudges only distract us from the heart of the matter. And that is: no one is willing (really willing) to consume drastically less or to stop using it completely, not even those who say they really want to. Because there is always that delicious cappuccino, that pretty Zara dress, that cheap city trip, that beautiful couch, that better scooter, that last iPhone, Black Friday, the traditional Sinterklaas party with a mountain of presents, that unexpected house in a better neighbourhood or that exciting oat milk with rhubarb flavor. Or that ‘special edition’ T-shirt for the good climate goal: how hypocritical is that?

I argue: we are all fundamentalist consumers, we all think that our lives can be shaped and become meaningful through the products and services we buy and the choices we make in terms of supplier, shop and producer. And when scientific facts tell us that, with this ‘lifestyle’, we are doing the greatest possible damage to life on the planet, then we either dismiss it as ‘fake news’, as ‘important but not a priority’ or we prefer not to think about it at all, because what not knows that does not hurt.

As such, we are more threatening than all the other fundamentalists put together. As long as consumer fundamentalism does not disappear, climate problems will continue to pile up. We prefer to consume ourselves to pieces. Our species rather have trinkets and toys than longevity.