Chemisette

#Nul afval #Hergebruik #Modulair design #Plantenverf #Huisgemaakte sits #Naaien #Patronen (zie ‘technieken van Zaankogerland’)

De chemisette (Frans voor ‘klein onderhemd’) of kraplap is een eenvoudig kort hesje dat over de schouders en het decolleté wordt gedragen. Het wordt aangetrokken over het hoofd en opzij van achteren naar voren vastgebonden met strikbandjes.

In vroeger tijden was de chemisette een ‘fatsoenskledingstuk’ voor de keurige (getrouwde) vrouw om haar hals en borst te bedekken. Aan het einde van de 19de eeuw werd het gedragen om het korset extra te beschermen tegen vuil. In de streekdrachten kreeg de kraplap vooral een signaalfunctie: omdat het weinig stof vergt en snel gemaakt is, kan een vrouw vele kraplappen hebben en daarmee – zonder woorden en uitleg – vele gemoedstoestanden en levenssituaties uitdrukken, zoals rouw en verloving. In een aantal streekdrachten, zoals uit Bunschoten-Spakenburg en Staphorst, werd de kraplap zelfs een volwaardig ‘community statement’: hét onderscheidende element dat ondubbelzinnig kenbaar maakt dat de vrouw uit geen enkel ander dorp afkomstig kan zijn.


Met dank aan Inge Bosman/De Zaanse Kaper (patroon).

Op Zaankogerland kent de chemisette louter een praktische functie (als bedekkend kledingstuk) maar evenwel worden de chemisettes met aandacht gemaakt en versierd. Zaankoger chemisettes worden soms onder maar vaker over het jak gedragen.

De chemisettes zijn stuk voor gedecoreerd met technieken die voor Zaankogerland bijzonder en kostbaar zijn. Zo is op de herfstchemisette een stuk zijde geappliqueerd dat blauw is gekleurd met behulp van het micro-organisme Janthinobacterium lividum. De zomerse chemisettes zijn van huisgemaakte sits in een digitaal ontworpen parametrisch dessin. Weer andere chemisettes hebben een patroon van borduurwerk, of zijn gekleurd met plantenverf (hier: boerenwormkruid en vlierbes). De vilten winterchemisette die tijdens barre vrieskou wordt gedragen heeft een opgenaaide laag van lasergesneden bordkartonnen modules om de borst en de rug extra warm te houden.

De chemisette wordt gemaakt van wat grotere restjes stof, met name restjes die zijn overgebleven van een kassekien of schootjak (die niet altijd ‘zero waste’ kunnen worden geknipt). De chemisettes van dezelfde stof passen dan mooi bij de kassekien of het jak.

Het patroon is eenvoudig: maak een overtrektekening op werkelijke schaal van schouders, hals en het bovenste gedeelte van de borstkas. Deze omtrek is het patroon van de voorkant. Versmal en verleng dit patroon iets voor het rugpand. Zorg dat de schoudernaden van gelijke lengte en kromming zijn.

Knip voor- en rugpand uit twee laagjes stof. Naai van elke stof de rug- en voorpanden aan elkaar bij de schoudernaden. Leg de twee panden met de goede kanten op elkaar en naai langs de hele buitenrand. Keer de chemisette door het halsgat. Zoom de halsrand af. Bevestig tot slot aan het achterpand twee lusjes en aan het voorpand twee lange striklinten.