Zaanstreek, stinkstreek

Het land waaraan ik mijn hart heb verpand

Longread

In dit persoonlijke verhaal volg ik een zoektocht naar wat de Zaanstreek voor mij betekent: van walmende fabrieksgeuren tot zacht polderlicht over kabbelend slootwater. Ik geef ook een beknopte geschiedenis van de Zaanstreek, een eigenzinnige regio, gevormd door water, industrie en koppige bewoners.

English Summary

You can leave the Zaan region, but it doesn’t leave you. In this personal essay, I trace a sensory attachment to the Zaan region where I grew up, its foul factory smells, flat green horizons and unruly character, while sketching the area’s history of flood risk, wind-powered industry and dissenting communities. What begins as homesickness unfolds into something more precise: a recognition that belonging is not about beauty or choice, but about the places that shape you, whether you like it or not.

Mensen zijn met een denkbeeldige navelstreng verbonden aan het land onder hun voeten, beter bekend als ‘wortels’.

’Je bent waar je vandaan komt’ is een wijsheid die veel (eigenlijk alle) inheemse volkeren uitdragen. In het internationaal georiënteerde westen gaat de vlieger niet helemaal meer op. Hier lijken mensen te kunnen worden ingedeeld in drie groepen: mensen van nergens, mensen van ergens en mensen van overal.

De eerste en derde groep zijn mensen die zich plezierig voelen op plekken waar ze niet noodzakelijk zijn geboren of opgegroeid. Over de tweede groep straks.

De Zaan bij de Zaanse Schans, mei 2019.

Mensen van nergens

Mensen van nergens hechten niet zwaar aan hun omgeving. Nomaden zijn mensen van nergens, net als rondreizende Roma en de meeste binnenvaartschippers. Ze kunnen gelukkig zijn zonder dat hun locatie daar een overheersende rol in speelt. ‘Waar mijn hond is, is mijn thuis,’ heeft één van mijn buurtgenoten op een handgeschreven briefje in haar voorruit geplakt.

Mensen van overal

Mensen van overal hechten juist zwaar aan hun omgeving, maar zoeken daarin afwisseling, avontuur en vaak ook status. Denk aan mensen met een ambitieuze koopwoningcarriére die door alle provincies hoppen totdat ze op hun zestigste eindelijk in hun gedroomde huis belanden, geeft niet waar, of denk aan expats en internationals die om de paar jaar in een hippe wereldstad als Dubai willen wonen en werken.

Mensen van ergens

Mensen van ergens (ik ben er zo eentje) voelen zich diep verbonden met de plek waar ze vandaan komen. Eigenlijk is het voor hen onvoorstelbaar en praktisch onmogelijk om ergens anders te leven dan het ergens, het hier, waar ze geworteld zijn. Ook al is die plek niet ideaal en kleven er misschien ook pijnlijke herinneringen aan. Hier is thuis.

Ik weet dat ik van ergens ben uit ervaring. Ik heb een poosje in het buitenland gewoond, in een mooie stad, in een romantische straat, in een lieflijk verandahuisje, vlakbij adembenemende natuur, een oceaan met walvissen en dolfijnen, omringd door kleurrijke mensen, gezegend met boeiend werk en een kansrijke toekomst. Maar ik was ziek van heimwee naar het stuk Noord-Holland tussen Uitgeest en Amsterdam.

Op de Hempont, richting de Zaanstreek.

Heimwee naar kleine dingen

Die heimwee ging nergens over, dacht ik. Of beter gezegd, het ging wel ergens over, maar het was altijd iets kleins en schijnbaar onbelangrijks. De stank van Forbo Krommenie (nu Forbo Flooring Systems) of Cacao de Zaan, die afhankelijk van de windrichting walmend van de daken rolt. Altijd vieze bankjes op de treinstations. Flauwe moppen en slap geouwehoer in zangerig Zaans ‘heus-, teun- en keuken’-accent. Oneindige wolkenpartijen in de hemel boven de Hempont. Geveltjes en polderweilanden in ontelbaar veel tinten groen, en welk groen is nu het meest typisch ‘Zaans’? De bombastische betonkolos die het hoofdkantoor van Albert Heijn is. Een tunnel vernoemd naar mijn ome Jan Brasser, verzetsleider in WOII. Troosteloze winkelstraten, volgepakte grand café-terrassen, razende auto’s langs de provinciale weg, megakuddes hologige toeristen op de Zaanse Schans.

Ik dacht niet dat ik die zou missen, maar ik miste alles, ook wat ik verafschuwde.

Je mist waarmee je vertrouwd bent

Het ging erom dat ik miste waar ik vertrouwd mee was. Dat ik wist: oh, ik ruik Cacao de Zaan, dus: oostenwind. Oh, na die bocht komt die kerktoren, ik ben al in Zaandam. Oh, daar woonde vroeger tante Chris. Oh, ik ga naar Echte Bakker Kerssens voor een duivenkater. Oh, hebben ze die boom daar omgezaagd, wat verschrikkelijk. Oh, die fabriek is omgebouwd tot een broedplaats voor kunstenaars, wat leuk.

Ik kom dus uit de Zaanstreek en noem mezelf een Zaankanter, al woon ik in Amsterdam (waar ik het letterlijk niet over mijn lippen kan krijgen om mezelf ‘een Amsterdammer’ te noemen).

Een klein stukje Zaanse historie

DISCLAIMER. Ik ben geen deskundige op het gebied van Zaanse geschiedenis en daarom zal ik me beperken tot een globaal overzicht dat betrekking heeft op de thema’s binnen het kader van mijn onderzoek naar het fictieve Waddeneiland Zaankogerland, inclusief de strijd tegen het water,  want dat is tenslotte waar het project UITZET2090: Zaankogerland over gaat.

Voor gedegen kennis over de geschiedenis van de Zaanstreek is het beter om een bezoek te brengen aan het Zaans Museum, het Nederlands Openluchtmuseum of de digitale encyclopedie Zaanwiki . Een chronologisch overzicht van de Zaanse geschiedenis staat op de website Canon van Nederland – forward slash – Zaanstreek.

De Zaanse strijd tegen het water

In de oudheid tot in de vroege middeleeuwen was de Zaanstreek een nat, drassig gebied dat regelmatig overstroomde. Mogelijk was de Zaanstreek een van die gebieden waar Romeinse geschiedschrijvers verbijsterd over optekenden dat hier koppige mensen rillend op winderige terpjes zaten te wachten, ‘als schipbreukelingen’, tot het waterpeil zou zakken.

Wees gerust, niet alle bewoners waren zo koppig: het gebied werd eigenlijk nooit permanent bewoond. Totdat in de twaalfde eeuw een groep Friezen neerstreek, overigens niet zonder wapengekletter, in het dorpje Oud-Zaanden, vlakbij de monding van rivier de Zaan in het IJ.

Noord-Holland circa het jaar 1350. De Zuiderzee is in wezen een tak van de Waddenzee. Stukken land verdwenen regelmatig onder water, terwijl elders stukjes land weer droogvielen. Beeld: Canon van Nederland.

In de eeuwen die volgden ontstond een reeks aan permanent bewoonde dorpjes langs de Zaanoevers en staken pionierende bewoners de veengronden af voor turf. Dit gebeurde vooral in het westelijke Assendelft, dat in verbinding stond met de hoger gelegen duinen langs de Noordzee.

Een lappendeken van landjes en slootjes

Door de veenontginning groeide Assendelft uit tot een zogenaamd ‘lintdorp’. In de oostelijke Zaanstreek vond de concrete strijd tegen het water een aanvang, met het opwerpen van dijken en dammen. Zo ontstonden typische ‘poldergronden’, een lappendeken van drooggemalen landjes en afwaterslootjes. Rond 1300 werd een beschermende ‘dijklus’ aangelegd rondom de hele Zaanstreek.

Een kaart van oostelijk Zaandam uit 1794 van kaartenmaker Jacob Oostenhout.

De Zaankanters hielden het ondanks en zelfs mede dankzij de dijken niet droog. Door inpoldering en veenontginning daalde de bodem sterk, tot zo’n anderhalve meter per eeuw, wat het risico op overstroming steeds groter maakte.

Grote overstromingen door de eeuwen heen

Dijkdoorbraken waren niet zeldzaam. In de 14e eeuw waren er maar liefst zeven overstromingen. De laatste watersnood vond plaats in 1916, na een dijkdoorbraak in Waterland. Het dorpje Oostzaan en oostelijk Zaandam liepen helemaal onder en het was te danken aan de soldaten die de Stelling van Amsterdam bemanden in verband met de Eerste Wereldoorlog dat een grotere ramp kon worden voorkomen: het leger kwam met man en macht in actie, niet om de mensen te beschermen tegen de Duitsers maar tegen een veel verraderlijker vijand, het water.

Watersnood in Oostzaan, 1916.

Sindsdien zijn er her en der lokale overstrominkjes geweest, van ondergelopen kelders tot ondergelopen straten, maar geen grote watersnood. Door de snelle opwarming van de aarde en de stijging van het zeewater is het risico op een watersnood wel weer stukken groter geworden, al wordt de Zaanstreek beschermd door waterkeringen en ligt Zaanstad, met name Zaandijk, wat hoger dan Amsterdam en omliggende gemeentes.

Het water komt. Nederland in 2300 volgens landschapsarchitecten VE-R (Remco Rolvink en Berrie van Elderen). Voor meer toekomstschetsen kijk op de website van Blauwe Kamer Ezine.

Omdat Zaankanters nu al bijna een eeuw droge voeten hebben, lijkt het soms alsof de strijd tegen het water gewonnen is, met Hollands vernuft en ‘high-tech’ waterkeringen. Te vroeg gejuicht, waarschijnlijk.

Een vroom maar eigenzinnig volkje

In de 16de eeuw werd de Zaanstreek vast bevolkt door een gemeenschap van zo’n 7000 zielen. Het religieus beladen woord ‘zielen’ is hier belangrijk, want Zaankanters waren kerkelijk. Rond die tijd bekeerde praktisch de gehele Zaanse bevolking zich tot de radicale protestantse stroming van prediker Melchior Hoffman (1500-1553).

Zelf noemden de Zaankanters zich ‘Bondgenoten’. Hun tegenstanders doopten hen, excuus voor de woordspeling, om tot ‘Wederdopers’ en als zodanig ging de groep de wereldgeschiedenis in, nadat Duitse Wederdopers in 1534 in de stad Münster poedelnaakt en ook vechtend over straat liepen om het Godsrijk te verkondigen.

Naar verluid wilden honderden Zaankanters daarbij aanwezig zijn, maar ze werden tegengehouden bij Haarlem, Amsterdam en Genemuiden. De Bondgenoten probeerden nog in 1535 om het Godsrijk te verkondigen in Amsterdam, maar daar waren de Amsterdammers bepaald niet van gediend en er werd korte metten gemaakt met de hevig tekeer gaande naaktlopers. 13 Zaankanters werden onthoofd of verbrand, van 250 Zaanse spijtoptanten is bekend dat ze gratie kregen.

Wederdopers jeremiëren naakt door winters Amsterdam, februari 1535. Een fatsoenlijke vrouw houdt natuurlijk wel haar hul op (de persoon links). Beeld: Collectie Catharijneconvent, Utrecht.

Niet lang daarna volgden de Zaankanters een gematigder protestantse prediker en doopsgezinde kerkhervormer, Menno Simons (1496-1561), die pacifist was.

Fanaten, radicalen en krakers (maar verder best lief)

In de eeuwen die volgden bleef de Zaanstreek altijd een bolwerk van gepassioneerde en vaak afwijkende overtuigingen, van strenge doopsgezinde geloofsgemeenschappen tot het anarchistisch georiënteerde socialisme van oud-predikant Ferdinand Domela Nieuwenhuis, van de grootschalige omarming van de CPN (Communistische Partij Nederland) tot een fanatieke anarchistische kraak- en punkbeweging in de jaren ’80 van de vorige eeuw.

Zaankanters zoeken graag de contramine. Daarin blijken ze dus net zo koppig als hun voorouders, die, als ‘schipbreukelingen’, stug op winderige terpjes bleven zitten tot het water zou zakken. Maar verder zijn Zaankanters best lief.

Het ‘China’ van Amsterdam

Vanaf de 16e en 17e eeuw ontwikkelde de Zaanstreek zich tot een van de eerste industriegebieden ter wereld. De Zaanstreek heeft lang gefungeerd als het ‘China’ van Amsterdam, inclusief milieu- en luchtvervuiling. Dat wil zeggen dat in de Zaan alles werd geproduceerd, verwerkt, verhandeld en overgeslagen waar de Amsterdammers hun handen, water, grond en lucht niet aan vuil wilden maken.

Stank betekent kassa!

Het koken van walvistraan, om maar iets te noemen, gebeurde eeuwenlang in de Zaan. Dat leverde een indringende, misselijkmakende geur op, waardoor het dus ook vroeger al afschuwelijk kon stinken in de diverse Zaanse dorpjes. Al vonden de meeste Zaankanters dat je vanwege een beetje stank niet moet zeuren, want: ‘er wordt geld verdiend’.

Het grootste verdienmodel zat in de walvisvaart, walvisslachterij en walvisverwerking, vandaar dat in het wapen van Zaanstad niet één maar twee walvissen zijn verwerkt. Een ander verdienmodel was de houthandel, voor de bouw van boten en huizen.

Dreef de Zaanse economie letterlijk op miljoenen afgeslachte walvissen, de Zaanse industrie draaide letterlijk om wind. Oftewel: molens. (Daarom staan er zo veel molens in De Zaanse Schans).

Een industrieterrein met 635 molens

De Zaanstreek kende in 1729, op het hoogtepunt van de windaangedreven industrie, een molenpark van 635 door de belastingdienst geregistreerde molens: 245 zaagmolens, 160 oliemolens, 61 pelmolens, 38 papiermolens en tal van andere molens, die alles produceerden wat met wind, maalstenen en stampers kon worden gemaakt.

Stijfsel, voor het stijven van linnen, was een belangrijk Zaans product dat werd gemaakt in het fabriekje ‘De Troffel’ en later in zetmeelfabriek ‘De Bijenkorf’, inmiddels overgenomen door het Britse concern Tate & Lyle. De Nederlandse stijvers stonden in Europa bekend als ambachtsmeesters, zeker in de 17e eeuw, toen de Europese adel en rijke elite extra status putten uit enorme molensteenkragen, al dan niet van dure kant. De zetmeelfabriek is ook heden ten dage één van de roemruchte stankproducenten van de Zaan.

De allerlaatste verfmolen ter wereld, De Kat, draait nog steeds op de Zaanse Schans. Hoewel de molen oorspronkelijk een ander product maakte, is De Kat tegenwoordig gespecialiseerd in natuurlijke pigmenten, kleurstoffen, beitsen en gommen.

Van grondstoffen naar levensmiddelen

Toen de houthandel en walvisvaart grotendeels instortten zo rond het einde van de 18e eeuw (met uitzondering van houtwarenconcern Bruynzeel, dat pas twee eeuwen later de pijp aan Maarten zou geven), richtten de Zaankanters zich op de levensmiddelenindustrie.

Ze gaven zichzelf weer een klinkende bijnaam: ‘De provisiekast van Nederland’, wat later werd geïnternationaliseerd tot ‘First in Food’. Niet helemaal onterecht, aangezien kruidenier/grootgrutter/supermarktketen Albert Heijn van Zaanse afkomst is en bekende merken uit de levensmiddelenbranche hun eerste fabrieken langs de Zaan hebben staan, zoals Verkade, Duyvis, Lassie, Honig, Cacao de Zaan.

Meisje van Verkade. Collectie Zaans Museum.

Vanaf het midden van de 20e eeuw tot het begin van de 21e werden dankzij de algemene globalisatie van de wereldeconomie de meeste industriële bedrijven in de Zaanstreek opgekocht door grote internationale concerns.

Zo werd Cacao de Zaan al in 1964 overgenomen door het Amerikaanse Grace en maakt het thans deel uit van ADM Cocoa; Forbo Krommenie, de beroemde linoleumfabrikant die zich al in 1912 aansloot bij de internationale Continental Linoleum Union, is heden ten dage ‘Forbo Flooring B.V.’ bij de ‘Forbo Group’ gevestigd in Zwitserland, wereldwijd marktleider in duurzame vloeroplossingen. In Assendelft zit nog wel een vestiging van Forbo. Ook Forbo is een beruchte stankproducent van de Zaan.

Scroll naar boven